| |
GESCHIEDENIS UITGEBREID:
De Chartreux of op zijn Nederlands Karthuizer is waarschijnlijk een van de oudste begrippen
in de West-Europese raskatten traditie. Het is tevens een van de meest verwarrende namen,
omdat hij in de loop der jaren verschillende eigenaren heeft gehad. De enige constante is dat
de naam is voorbehouden aan katten met een blauwe vachtkleur. Deze blauwe vacht zal dan
ook de reden zijn waarom de naam een lange geschiedenis heeft.
Een blauwe kat is en was natuurlijk een opvallende verschijning. De kleur blauw was vroeger
veel zeldzamer dan nu. In de dagen voor de acceptatie van Mendel (1822-1884) begreep men
de vererving van de kleur niet, waardoor de geboorte van een blauwe kat gezien waarschijnlijk
werd als een klein wondertje. Bovendien vond er weinig of geen doelbewuste kattenfok plaats
waardoor de kans op een blauwe kat nog verder verkleind werd.
De oorsprong van de naam
De naam Chartreux duikt voor het eerst op in “le Dictionnaire Universel du Commerce d'Histoire Naturelle et des Arts et Métiers” uit 1723. In deze encyclopdie omschrijft Savarry des Bruslon de
Chartreux als volgt. “Katten.- Katten zijn er in verschillende kleuren zoals wit, zwart…...Ter aan vulling van het voorgaande kan men opmerken dat er enkele katten zijn die blauw-achtig zijn. Dit laatste type wordt de Chartreux genoemd omdat de monniken van deze orde de eerste waren die katten van ras bezaten. De gewone naam voor het type kat met een blauwe pels. Pelsjager drijven handel in deze pelzen” In deze passages wekt Des Bruslon de indruk dat de blauwe katten los staan van de overige
katten. Dit idee, zo zullen we later zien wordt overgenomen door andere auteurs.
De naam Chartreux zien we vervolgens terugkomen in de erotische roman Les bijoux indescrets” uit 1748 waarin de Chartreux wordt genoemd als het huisdier van een rijke dame.
De schrijver van dit boek Denis Diderot (1713-1784) is een eigenzinnige intellectueel die als
redacteur betrokken raakt bij het maken van de Franse encyclopedie “ou dictionnaire Raisonne dessciences, des arts et des Metiers, pa rune societe de gens de lettres” waarmee hij grote faam verwerft.
In de jaren na deze publicaties volgen er meer van
dezelfde strekking waarvan er enkele nog het noemen
waard zijn. Zoals de “histoire Naturelle” een 44 delige
encyclopedie waarin de hele natuur en haar werking
wordt omschreven. De belangrijkste auteur van dit
werk is De Buffon (1707-1788) . In deze encyclopedie
wordt de Chartreux uitgebreid besproken. Hier zullen
we later op terugkomen. Een andere aanwijzing met
betrekking tot de herkomst van de naam vinden we in “Le Dictionnaire Raisonne et Universel des animaux” uit
1959 waarin de Chartreux in verband wordt gebracht
met de stad Parijs. We hebben nu kunnen zien in welke tijd de naam is opgepikt en tot gemeen goed is geworden,
maar dit geeft nog steeds geen uitsluitsel over haar werkelijke afkomst. De Karthuizer monniken
waar naar verwezen wordt wijzen ieder verband met het kattenras resoluut van de hand. Toch
loont het wel de moeite om even bij deze orde stil te staan. Zij is gesticht door een zekere Bruno
in het Jaar 1080. Hij vestigde zijn orde in een Franse bergvallei die bekend is onder de naam “La
Grande Chartreuse” Het is een orde die zijn heil zoekt in de individuele afzondering binnen een
gemeenschap. Ieder heeft dus een eigen cel en leeft in afzondering maar dat wel binnen de
muren van een klooster. Wel nemen alle monniken gezamenlijk deel aan de drie missen die
worden voorgedragen. De orde heeft dus geen directe banden met de rasnaam Chartreux maar
hun manier van leven stemt wel deels overeen met het karakter van de Chartreux. Bovendien
wordt de orde ook in verband gebracht met het paardenras Karthuizer (Andalusier) wat een indirecte
band tussen de monniken en het kattenras niet geheel onaannemelijk maakt. De laatste
aanwijzing omtrent de herkomst van de naam vinden we in een wolsoort die “Pile de Chartreux”
heet. Deze fijne luxe wolsoort heeft wellicht op de vacht van een Chartreux geleken,
maar het kan ook zijn dat de wol vernoemd is naar de blauwe pelzen die verhandeld werden. De
echte oorsprong van de naam blijft dus in nevelen gehuld.
Het ontstaan van het ras
Hoewel de Chartreux zoals we die nu kennen pas sinds 1930 bewust gefokt wordt is er door de
eeuwen heen wel vaker een nauwkeurige beschrijving gegeven van een blauwe kat die ons nu
sterk doet denken aan de Chartreux. Dit zou het idee kunnen wekken dat het ras al sinds eeuwen
als zuiver ras bestaat, zeker nu de naam ook een lange historie heeft maar de recessieve aard
van de kleur blauw en het ontbreken van serieuze fokprogramma’s ondersteunen een dergelijk
idee niet. Wel is het mogelijk dat de fokkers van de “moderne” Chartreux zich hebben gebaseerd
op de historische omschrijvingen. Daarom is het van belang dat ook die besproken
worden.
De eerste omschrijving vinden we in het werk van de Franse dichter Joachim Du Bellay (1522-1560). In zijn gedicht “Vers français sur la mort d'un petit chat” omschrijft hij het verdriet dat hij
heeft over de dood van zijn kleine grijze/blauwe kat, Belaud genaamd, die hij prijst om zijn
jagerskwaliteiten. Meer nauwkeurige en wetenschappelijke beschrijvingen vinden wij in het al
eerder genoemde werk van de Buffon en de werken
van Aldrovandi en Linnaeus. Androvandi omschreef in
zijn boek “De Quadrupedibus digitativis viviparis Libri Tres”
de zogenaamde kat van Syrië. Het gaat hier om een op
een Chartreux gelijkende blauwe kat met een duidelijke
tabby tekening. Deze kat zou, zo menen enkele
mensen door kruisvaarders uit Syrië zijn meegenomen
naar Frankrijk en daar de basis hebben gelegd voor de
Chartreux.
Linnaeus classificeerde de Chartreux vervolgens als Felis catus coeruleus (blauwe kat) een naam die in de latere
literatuur werd veranderd in Felis catus carthusianorum.
Buffon en zijn collega Daubenton volgen Linneaus en
maken allereerst onderscheid tussen 6 soorten katten
namelijk de wilde kat, 2 soorten huiskatten, de Spaanse kat, de Angora en de Chartreux. Hierna
gaan zij dieper in op de twee laatst genoemde rassen. De Nederlandse wetenschapper M. Noel
Chomel gebruikte de omschrijving van Daubenton in zijn “Algemeen Huishoudkundig-,natuur-, zedekundig- en konstwoordenboek’’ uit 1778 en deze luidde: ‘Huiskatten die aschkoleurig zijn, bijgenoemt Karthuizer Katten. Het haar van deeze Katten is aschgraauw, ten grootsten deele van deszelfs langte en aan de punt beneden, aan welker uiterste men een zwartachtig bruin ziet; dewijl de haairtjes zeer digt op elkander geplakt leggen, ziet men niet dan de graauwe koleur van de punt, en het bruin dat er beneden is; doch deeze mengeling van graauw en bruin kan niet onderscheiden worden, dan wanneer men het Dier van nabij beschouwt; van verren hebben zij een schijn van glinsterend bruinagtig-graauw, en het graauw of bruin vertoont zich min of meer, naar den verschillende kant, van welke men ze beschouwt; de omtrek van de oogen en van de bek, de borst en het benedenste der pooten, hebben meer graauws dan bruins; de ooren zijn van haair ontbloot, tenminste aan de randen, en zwart van koleur; Insgelijks zijn de lippen en het kussen der pooten. Het heeft mij toegescheenen, dat deeze Katten min of meer graauw zijn in verschillende ouderdom, ik heb er ook een gezien, die eenen zwarten band op den rug hadden, en ringen van dezelfde koleur aan de pooten, echterwaaren deeze ringen zeer flauw.” In deze omschrijving kan men met een
beetje voorstellingsvermogen de oerversie
van de hedendaagse Chartreux herkennen. In
de beschrijving kun je de kleur blauw niet
terugvinden. Dit is waarschijnlijk terug te
leiden op een wetenschappelijke strijd. Het
was namelijk Linneaus die bepaalde katten
als blauw omschreef. Buffon en Daubenton
wilden natuurlijk hun eigen stempel drukken
op de omschrijving van de Europese katten
en gebruikten daarom de term askleurig in
plaats van blauw. De gedetailleerde omschrijving
van Buffon heeft mijns inziens basis
gelegd voor het ras zoals wij dat heden ten
dagen kennen.
De kritische lezer zal echter opmerken dat er
een kat met een tabby-patroon wordt omschreven.
Deze opmerking is geheel terecht.
De aanwezigheid van het tabby-patroon
duidt erop dat de Chartreux zoals wij die nu
kennen niet zonder meer is terug te leiden op
de omschrijvingen die door de jaren heen zijn gegeven.
Door de wetenschappelijke omschrijvingen van de Chartreux was er een trend gezet en in de
jaren die volgden zien we geregeld blauwe katten al dan niet onder de naam Chartreux of Kartuizer
in publicaties opduiken. Interessant hieraan is dat de waarnemingen van deze blauwe katten
zich niet tot Frankrijk beperken maar dat zij uit heel Europa afkomstig zijn, waaronder ook
uit Nederland. De Zutphense Filosoof/ Dominee Johannes Florentius Martinet omschrijft in
zijn boek “Katechismus der natuur” uit 1778 de handel in blauwe katten te Overijssel.
In deze tijd doet het idee van een apart ras van blauwe katten haar intrede en nestelt zich het in
het bewustzijn van de Europeanen. De naam Chartreux of Karthuizer is vanaf dat moment
synoniem aan blauwe katten, maar of de blauwe katten ook daadwerkelijk een apart ras vormden
is en blijft natuurlijk discutabel. De bekendheid van de naam en de suggestie van een blauw ras
zouden later natuurlijk wel een rijke voedingsbodem blijken te zijn om de creatie van een nieuw
ras te legitimeren.
Het begin van de selectieve Chartreux fok
Aan het einde van de 19de eeuw bereikt de opmars van de kat als huisdier een nieuw hoogtepunt. In het rijke
en internationaal georiënteerde Engeland groeide de interesse voor de kat aanzienlijk toen exotisch uitziende
kattenrassen zoals de Siamees en de Pers uit de verschillende koloniën hun intrede deden. Exotisch was in en
het duurde dan ook niet lang voordat naast tropische planten en technische hoogstandjes ook de eerste katten
op tentoonstellingen verschenen. Ook het fokken van katten door rijke dames en heren raakte in zwang en al
snel groeide het aantal rassen. De eerste grote kattenshow werd gehouden in het Chrystal Palace in 1871 en
trok grote belangstelling. In de begindagen van de shows werden er naast o.a. de Pers en de Siamees ook
blauwe katten tentoongesteld. Alle blauwe kortharige katten vielen echter in één categorie. Pas later ging men
de verschillende uiterlijke verschijningsvormen van de
blauwe katten onderscheiden in verschillende rassen.
Voor de Chartreux ligt de oorsprong van de selectieve fok
rond 1925.
De Franse zusjes Suzanne en Christine Leger vestigen zich
dan, na afgestudeerd te zijn aan de tuinbouwschool te Versaille
op het eiland Belle-Illes voor de kust van Bretange.
Ze kopen een boerderij en openen een klein winkeltje in
landbouwbenodigdheden. Daarnaast beginnen ze met het
fokken van honden (Setters). Op een gegeven moment valt
het hun op dat er rond het oude ziekenhuis in de hoofdstad
van het eiland een groep verwilderde katten leeft waarvan
er enkele een mooie diep blauwe vacht hebben. Ze besluiten
met deze katten te gaan fokken omdat zij de katten
erg vonden lijken op de katten die zij op school waren tegengekomen in de boeken van Buffon. Door hun
opleiding waren zij tevens op de hoogte van de leer van Mendel. Deze kennis samen de ervaring die ze eerder
al hadden opgedaan stelde hun in staat selectief verder te fokken met de blauwe katten en zich bovendien toe
te leggen op het type dat de Buffon had omschreven. De resultaten waren veelbelovend ondanks dat het hun
niet altijd lukte de oogkleur helemaal zuiver te krijgen. Hun werk werd bekroond toen in 1933 een van de
door hun gefokte katten, Mignonne de Gueveur genaamd, internationaal kampioen werd op een show van de
Parijse raskattenclub.
Tegelijkertijd met de Leger zusjes ontstaat er een Chartreux
fok beweging in het Centraal massief. Deze fokbeweging had
zich ook toegelegd op het fokken van een Chartreux zoals die
in de boeken stond beschreven maar de door hun gebruikte
fokmethode verschilde van die van de Leger zusjes. Deze fokkers
werden hoogstwaarschijnlijk door hun Engelse collega’s
beïnvloed en besloten blauwe British Shorthairs and Perzen in
te zetten om sneller een mooie volle kat te verkrijgen met
diepe amberkleurige ogen en een krachtig lichaam.
De Tweede wereldoorlog maakte echter een abrupt einde aan
de Chartreux fok. Frankrijk werd bezet gebied en de oorlogsjaren
waren een zware tijd voor de Chartreux en hun fokkers.
Zo waren de Leger zusters gedwongen om te verhuizen en
hielden zij hun katten en honden door met behulp van de melk
van hun koeien verschillende soorten puree te maken, want
vlees was een schaars goed.
Na de oorlog was de selectief gefokte Chartreux populatie natuurlijk nog kleiner dan voorheen, toch kwam de
fok langzaam weer op gang. De fokkers waren echter wel gedwongen opzoek te gaan naar alternatieven om
hun lijnen te versterken. Zo werden er blauwe huiskatten, British shorthairs, perzen en Russen gebruikt wat de
zuiverheid van het ras natuurlijk niet ten goede kwam. Een goed voorbeeld is de Franse kater Puyleveque d’Andeloya wiens stamboom een ruime sortering
aan rassen laat zien.
Het bewust inkruisen van Engelse British shorthairs geschiedde in de 60iger
jaren o.a. door de cattery’s Chantelauze en de Fernine. Deze catteries hadden
de gevolgen van inteelt zoals te kleine nesten en kittens met knikstaarten aan
de lijven ondervonden en besloten de wat zij zelf noemde “de engelse chartreux”
(lees British shorthair) in te kruisen. Zij gebruikten o.a de bekende
engelse Pensylva en Bonaventura lijnen. Namen die bijna elke Chartreux eigenaar
vandaag de dag terugziet in de lijnen van hun katten.
De verschillen tussen de katten van de Leger zusjes enerzijds en die van de
overige fokkers anderzijds zijn na de oorlog ook goed zichtbaar. De Leger
katten waren iets slanker en eleganter met een iets wollerige vacht en ze
bezaten een oogkleur die varieerde van oranje tot zacht geel. De overige Chartreux
neigde iets meer naar de Pers en de British shorthair met een intense
diepe oogkleur en een wat meer gedrongen bouw. Dit verschil bleef vrij groot
omdat het contact tussen beide groepen spaarzaam was.
De klappen die de Chartreux in de oorlog had opgelopen werden pas goed duidelijk
rond 1965. In de jaren direct na de oorlog slaagden de fokkers het aantal
Chartreux van redelijke kwaliteit weer op peil te brengen, maar de stambomen lieten veel inteelt zien. Een bijkomend
probleem was dat de oude generatie van fokkers werd opgevolgd door een nieuwe generatie terwijl de
kennis over de oorsprong van de katten grotendeels verloren ging. De nieuwe generatie van fokkers was zich
minder bewust van de geschiedenis van de Chartreux en de pogingen van hun voorgangers om het ras te verbeteren
en te ontwikkelen. In plaats van terug te grijpen op de oude wortels van de Chartreux zijnde de blauwe
huiskatten kozen zij voor een ras dat sterk op hun eigen ras leek, namelijk de Europees Korthaar blauw. Een
kleine verduidelijking is hierbij op zijn plaats om verwarring te voorkomen. De naam Europees Korthaar was
tot de afsplitsingen in 1977 en 1982 een verzamelnaam voor de rassen Chartreux, Brits Korthaar en Europees
Korthaar. Voor de Chartreux heeft men gebruikt gemaakt van de katten die wij heden ten dagen Brits korthaar
(of de voorloper hiervan) zouden noemen. Dit van oorsprong Engelse ras kende namelijk een zeer populaire blauwe variëteit. Het gevolg van deze koers
wijziging was natuurlijk dat het verschil tussen de rasstandaard van de blauwe Europees korthaar en Chartreux
snel verwaterde. Een extra complicatie vormde de ontwikkeling van de blauwe kat in onder andere Nederland
en Duitsland waar elke blauwe kat nog consequent Karthuizer werd genoemd wat leidde tot nog meer verwarring.
De populariteit van de ronde en knuffelbare Europees korthaar (lees Brits korthaar) overvleugelde de
Chartreux die met zijn minder extreme uiterlijk snel aan belangstelling moest inboeten. Deze ontwikkeling
werd versterkt door het eenzijdige verkeer vanuit Engeland. De strenge quarantaine eisen maakte export naar
Engeland onaantrekkelijk terwijl het importeren zonder enige problemen verliep en de Engelse katten dus meer
en meer ingezet konden worden. De Chartreux was ondertussen zo beïnvloed door de Europees korthaar dat zij
in 1970 haar eigen rasstandaard verloor en bij die van de Europees korthaar werd ondergebracht. De Chartreux
was op sterven na dood.
Toewijding en vastberadenheid
Juist op het punt dat de Chartreux met de stille trom leek te verdwijnen, bleek dat de Chartreuxfokkers wel degelijk
iets geleerd hadden van hun ras. Met dezelfde toewijding en vastberadenheid die een Chartreux voor zijn
baas aan de dag legt, lanceerden zij een reddingsplan.Één van de fanatiekste verdedigers van het ras mag met recht de heer Simmonet genoemd worden die uitgebreid
geschiedkundig onderzoek verrichte om een Chartreux te legitimeren als zijnde een apart ras. Samen met
enkele andere Franse en Belgische liefhebbers en fokkers slaagde hij er in om de FiFe hiervan te overtuigen en
in 1977 werd de Chartreux eindelijk van de Europees korthaar gescheiden. Een beslissing die ook voor de fokkers
van de Brits korthaar van belang was omdat enkele jaren daarna in 1982 de Brits korthaar gescheiden werd
van de Europees korthaar. ‘Na de splitsing in 1977 groeide de populariteit van de Chartreux weer. Zowel in Frankrijk als in België neemt
het aantal fokkers toe. Enkele grote namen uit die belangrijke tijd zijn de Franse cattery’s “Du Vaumichon”
(van de heer Simmonet), “Du Sacre Coeur” en in België de cattery’s “Bois de Meudon” en “van de Poplimont”
Natuurlijk waren er nog vele anderen die zeker niet vergeten mogen worden maar om uw geduld niet op de
proef te stellen zal ik het bij deze gelimiteerde opsomming laten.
De eigenzinnige Chartreux bleef echter niet onopgemerkt in de rest van de wereld. In 1970 importeerde mevr.
Helen Gamon van Cattery Gamonal de eerste Chartreux naar Amerika. Samen met voormalige Siamezen fokster
Mevr. Genevieve Scudder legde zij de basis voor de Chartreux in Amerika, waar het ras zich vandaag de
dag op een vaste groep liefhebbers kan beroepen. Maar ook binnen Europa groeide de interesse. In Duitsland,
Oostenrijk, Tsjechië en Hongarije waar de Chartreux vaak de naam Karthuizer (Kartäuser) draagt ontstond een
foktraditie.
Ook Italië kent een trouwe schare van aanhangers. Hier is de Chartreux vooral bekend onder de naam Certosino.
Wat zoals u kunt voorstellen ook weer de nodige verwarring met zich meebrengt. In Nederland is de
Chartreux vrij onbekend gebleven. Dit klinkt misschien een beetje vreemd omdat de naam Karthuizer bij vrijwel
alle Nederlandse kattenliefhebbers bekend in de oren klinkt. De realiteit is echter anders. Zoals ik eerder al
uiteen heb gezet is de naam “Karthuizer” al een hele oude benaming voor blauwe katten. Een naam die in ons
land gedragen werd door de blauwe huiskat of Europees korthaar. Later toen de blauwe raskat aan begon te
slaan namen de brittenfokkers deze naam over, wat toen een vrij logisch gevolg was omdat men mede blauwe
huiskatten (Karthuizers) gebruikte in de fok. De naam sloop er als het ware in. De tijd waarin dit gebeurde
hielp ook al niet echt mee. De opkomst van de blauwe kat in Nederland die begint bij Cattery de Eilanden met
hun blauwe Bera in 1968 viel samen met het vervagen van de Chartreux als onafhankelijk ras. De eerdergenoemde
kater Puyleveque d’Andeloya bijvoorbeeld werd ook in Nederland gebruikt waar hij niet geheel onterecht
werd aangezien voor een blauwe Europees korthaar. Tot de 80iger jaren misten beide rassen een echte
eigen identiteit wat de naam Chartreux of Karthuizer natuurlijk geen goed deed. Het gebruik van dezelfde katten
werkte natuurlijk ook erg verwarrend. Bekende voorbeelden uit die tijd zijn de uit Engeland afkomstige
kater Pensylva Gay Cavalier en de Nederlandse kater Flierefluiter van de Pleisterplaats. Katers die een rol hebben
gespeeld in de stambomen van de Chartreux en de Europees korthaar ( zijnde de voorloper van de Brits
korthaar). Pas toen na 1977 de rassen weer steeds duidelijker uit elkaar groeide werd de niche voor een blauwe
raskat in Nederland opgevuld door de Blauwe Brit en in Frankrijk en België nam de Chartreux deze plaats in.
Op een incidenteel nestje in de jaren 90 na , kreeg Nederland pas met de komst van Cattery ‘t Spinnewiel in
1999 een echte Chartreuxfokker en men kan stellen dat sinds die tijd de interesse in de Chartreux ook hier
toeneemt.
De Chartreux anno 'nu'
De Chartreux zoals we die nu kennen is een middelgrote tot grote kat, met een wat grove bouw. Ondanks deze
grove maar gespierde bouw komt de Chartreux over als een sierlijke kat. Ze groeien langzaam en worden laat
volwassen. De katers zijn duidelijk groter en forser van bouw dan de poezen bovendien hebben stevige katerwangen
wat ze een zeer robuust uiterlijk geeft. Dit neemt niet weg dat ook de poezen “des bas-joues” oftewel
stevige wangen dienen te hebben.
De kop heeft een omgekeerd trapezoïde vorm met middelgrote hooggeplaatste oren. De ogen zijn groot en mogen
niet te rond zijn. De buitenste ooghoek dient iets omhoog geplaatst te zijn. De goud tot koperen kleur
(lichter als de kleur van de Brit korthaar) geeft een prachtige mysterieuze uitstraling. Het lichaam is gespierd en
staat op middellange poten met vrij grote voeten. De staart is middellang en dient tot tussen de schouderbladen
te reiken. Hij is breed aan de basis en loopt taps toe in een afgeronde punt.De vacht is dubbel, glanzend met een
wollige ondervacht. De vacht voelt hierdoor erg zacht aan. Hij mag niet dicht tegen het lichaam liggen maar
dient iets af te staan. Wat er enigszins “schubbig” effect moet hebben. De vacht staat bekend om zijn
waterafstotende capaciteiten en wordt wel eens vergeleken met de vacht van een otter.
De Chartreux wordt alleen in de kleur blauw gefokt. Daarbij zijn wel alle tinten blauw toegestaan, maar de
voorkeur wordt gegeven aan een lichte kleur blauw. De kleur wordt wel eens omschreven als de kleur van
leisteen. Kittens worden meestal geboren met een spooktekening welke over het algemeen wegtrekt. Waarbij
de laatste ringen op de staart pas op 3 tot 4 jarige leeftijd echt verdwenen hoeven te zijn..
Het karakter van de Chartreux lijkt sterk op dat van de Brits korthaar. Het is een evenwichtige kat met een
vriendelijke aard. Ze zijn vrij rustig en geschikt voor bijna alle huishoudens. Kinderen en of huisdieren vormen
zelden een probleem. Chartreux zijn vrij nieuwsgierig en ze volgen hun baasjes graag als een blauwe schaduw
door het huis. Opdringerig zijn zij echter zelden. Meestal zoeken ze op een kleine afstand een lekker plekje uit
om alles eens rustig te bekijken. Rustig is ook een beetje het sleutelwoord, alles wat ze doen, doen ze in hun
eigen tempo en op hun eigen manier. Je zou ze eigenzinnig kunnen noemen, maar ik denk dat “Frans” een beter
woord is. Het zal u dan ook niet verbazen dat ze een gezonde Bourgondische eetlust hebben en niet kijken op
een hapje meer of minder. Verder zijn het uitstekende jagers die graag een stukje vers vlees eten iets dat door
de liefhebbers ook wordt aangeraden om de krachtige kaken te stimuleren.
De meest karakteristieke eigenschap van de Chartreux is waarschijnlijk hun zwijgzaamheid. Hun zachte stemmetje
gebruiken zij zelden, alleen in het uiterste noodgeval of als zij erg gelukkig zijn.
Tot slot
De Chartreux heeft zich ondanks een roerige geschiedenis goed weten te handhaven. Het is en blijft een Franse
kat met een Franse charme. Een kat voor de echte liefhebber en levensgenieter !
Tekst: Bas Joosten, © cattery Bont en Blauw
|